lunes, 12 de enero de 2009

Bijna terug naar huis - Casi de vuelta a casa

De dagen en weken vliegen sneller voorbij dan verwacht en ondertussen ben ik al bijna 4 maanden in Spanje zonder terug te zijn gekeerd naar België. Tot nu toe heb ik nog geen heimwee gehad want uiteindelijk kan je via internet gemakkelijk contact houden met iedereen en was elke dag een nieuw avontuur om van te genieten. Maar nu de kerstperiode dichterbij komt en de vlucht naar huis vastligt, betrap ik mezelf erop dat ik steeds meer terug denk aan België en besef ik dat er toch dingen zijn die ik mis.

De Belgische frietjes zijn toch meer dan een paar keer in mijn gedachten opgekomen en ik heb zelfs een e-mailtje naar huis gestuurd om te laten weten dat ik de eerste dag dat ik terug ben graag frietjes wou eten. Niet zomaar gelijk welke frieten want in Spanje hebben ze natuurlijk ook frieten, maar de echte lekkere frietjes van de frituur of zoals ze bij ons zeggen: “frietjes van ’t frietkot”.

Voor kerst wil ik een paar typische Spaanse dingen meebrengen, maar de verschillen zitten soms in kleine dingen. Zo heb ik voor mijn broer een fles Fanta gekocht, want in Spanje smaakt de Fanta wel degelijk net iets anders. Hoewel je het in België ook gemakkelijk kan kopen, heb ik ook nougat gekocht, want dit is een typische Spaanse kerstsnoep en je kan er in de supermarkten niet naast kijken en mijn papa is er dol op!

Nu kan ik alleen maar zeggen dat ik er naar uitkijk om iedereen terug te zien, eens terug op mijn kamertje te zijn en eventjes terug te keren naar het gewone leven in België. Anderzijds denk ik dat het raar zal aanvoelen om mijn familie terug te zien en dingen te doen die normaal tot het dagelijkse leven in België behoren. Het is iets dat je gewoon bent om rondom jou te hebben en waarbij je eigenlijk nooit stilstaat dat het er is, totdat er een dag komt dat al die dingen anders zijn of verdwijnen. De voorbije maanden zijn zeker heel anders dan gewoon geweest en dat vond ik schitterend, maar toch ben ik blij om voor eventjes naar mij oude leventje te kunnen terug keren.



Los días y meses pasan volando y entretanto estoy en España casi 4 meses sin haber vuelto a Bélgica. Hasta ahora no me entró añoranza porque al final es fácil mantenerse en contacto con todo el mundo a través de la red y pasé cada día disfrutando de la aventura. Sin embargo, ahora que la época navideña se acerca y el vuelo a casa es inamovible, me atrapo que estoy pensando a Bélgica cada vez más y me doy cuenta de que hay algunas cosas que me faltan.

Más que una vez he dado vueltas a as patatas fritas belgas y aun he mandado un correo electrónico a casa para poner al corriente que querría comer patatas fritas. No da igual que tipo de patatas fritas, porque por supuesto en España también hay patatas fritas, pero quiero las buenas patatas fritas belgas del puesto de patatas fritas o como se dice en nuestras regiones: “frietjes van ’t frietkot”.

Para navidad quiero llevar unas cositas típicas españolas, pero las diferencias a veces pueden ser minúsculas. Así he comprado una botella de Fanta naranja para mi hermano, porque la Fanta en España sabe sin duda un poquito diferente. Aunque se vende en Bélgica también he comprado turrón, porque es un dulce navideño típico de España, ahora se vende en cada supermercado y ¡le gusta mucho a mi padre!

Ahora no me queda nada más que decir que estoy esperando para volver a ver todo el mundo, para estar de nuevo en mi cuarto y volver en general a la vida normal en Bélgica. Por otro lado pienso que será extraño para volver a ver la familia y hacer cosas que normalmente pertenecen a mi vida cotidiana en Bélgica. Es como algo a que estas acostumbrado y no te das cuenta que hay hasta que todas esas cosas son diferentes o desaparecen. Los últimos meses fueron muy diferentes y me ha encantado mucho, sin embargo me alegra volver solo un momento a mi vida de antes.

Uitstap naar Sevilla - Viaje a Sevilla (deel 3 - parte 3)

Na de hele voormiddag kerken en kathedralen te hebben bezocht, was het een leuke afwisseling om ’s middags te gaan winkelen. Hoewel ik winkelen normaalgezien een ontspannende activiteit vind, heb ik samen met een vriendin aan een sneltempo alle winkelstraten van ontdekt en herontdekt en waren we nauwelijks op tijd terug in het hotel om ons klaar te maken voor de volgende activiteit: flamenco! Zelf hebben we niet gedanst, maar we zijn samen met onze groepje naar een flamencospektakel gegaan met een professionele en vooral passionele danseres, een zanger (waarvan ik niet erg onder de indruk was) en een gitarist. Sevilla staat bekend voor de flamenco en het zou de stad zijn waarin de echte traditionele flamenco is ontstaan. Hoewel deze avonduitstap ook optioneel was, wou ik dit optreden echt niet missen.

Bij het binnenkomen was ik al aangenaam verrast hoe het schouwspel zou verlopen, want ik had me voorgesteld dat we ergens achteraan in een donkere rokerige ruimte zouden zitten en eigenlijk niet echt veel zouden zien van wat er op het podium gebeurde. Maar we kwamen binnen op een binnenplaats van een hotel met op de muren klimplanten vol bloemen en overal gezellige belichting. Op de binnenplaats was er ongeveer plaats voor een 50tal mensen en het podium stond in het midden zodat je eigenlijk van overal op de binnenplaats een goed zicht had.

De flamencoshow werd beschouwd als iets heel serieus en bij de aanvang was het dan ook doodstil. Voor de show liet iemand ons nog weten dat we geen foto’s of videoopnames mochten maken en als we dat wel zouden doen, we direct buitengegooid zouden worden. Op het einde zouden we een momentje krijgen om foto’s te trekken.

Toen de show uiteindelijk begon was ik wat minder aangenaam verrast. De gitarist begon rustig te spelen en alle ogen waren gericht op de man naast hem die zou zingen. Wanneer hij begon te zingen kon ik niet anders dan denken aan mijn zigeunerburen die ’s ochtends ook wel eens durven ‘zingen’/roepen terwijl ze op de gitaar spelen, dus was ik eigenlijk wel een beetje teleurgesteld. Bovendien was hij zodanig erg aan het acteren bij elke zin die hij zong, dat ik het bijna vervelend en eeen verspilling van geld vond. Gelukkig zou het optreden niet de hele tijd zo doorgaan en uiteindelijk zouden de gitarist en de zanger af het podium gaan om plaats te maken voor de danseres. De danseres was een vrouw van middelbare leeftijd die heel geconcentreerd en gefocust keek, maar tegelijkertijd zo passioneel en vol emotie danste dat ik het gejank van de zanger al snel vergeten was. Daarna liet ook de gitarist zien dat hij zijn vak kende en liet ook een indruk op mij achter waardoor ik zelfs een cd gekocht heb met flamencomuziek (zonder gezang uiteraard!). Na de show die ongeveer een uur duurde was ik blij kennis te hebben gemaakt met de flamenco en weer een stukje van de Spaanse cultuur in het echte leven te hebben beleefd.

Na de flamencoshow moesten we absoluut ook eens de uitgaansbuurt van Sevilla verkennen. Na een dik half uur stappen kwamen we aan bij een typisch tapasrestaurant waar enkelen van onze groep de avond ervoor hadden gegeten en het daar erg goed vonden. Onze moeite om zo ver buiten de wijk van de restaurants en cafés te stappen werd beloond met goedkope en heerlijke tapas! Daarna gingen we op zoek naar een gezellige plaats om te dansen en bleven tot in de vroege uurtjes weg...

Zondagochtend verliep met veel moeite aangezien de meesten onder ons maar enkele uurtjes hadden geslapen, want om half 12 moesten we uit de kamers zijn en zouden we de Plaza de España bezoeken. Ook ik had niet erg veel geslapen waardoor ik eerlijk gezegd niet zo erg meer geinteresseerd was om nog meer plaatsen te bezoeken vooraleer ik nog wat had geslapen, maar veel keus was er niet en om 12u stond ik met kleine oogjes op de Plaza de España, een van de meest herkenbare pleinen van Sevilla. De zon scheen hard en uiteindelijk hebben we toch maar ons best gedaan om eens rond te kijken.

De Plaza de España heeft de vorm van een halve cirkel en is volledig omringd door gebouwen die tegenwoordig vooral worden gebruikt door de overheid. Onderaan de gebouwen bevinden er zich gedetailleerde kunstwerken die alle Spaanse provincies moeten voorstellen. In het midden van het plein is een grote fontein. Na het bezoek aan dit plein kregen we de tijd om te gaan eten en daarna zouden we terug keren naar Alicante. Deze keer keek ik een beetje uit naar de lange busrit, hoewel die achteraf toch niet zo comfortabel was als ik had gedacht...

Ik vond Sevilla een prachtige stad en eigenlijk mooier dan Alicante. Sevilla is groter en in het centrum zie je veel historische bezienswaardigheden die Alicante niet heeft. Anderzijds ligt in Alicante bijna alles op wandelafstand zonder dat alles te dicht bij elkaar ligt of zonder dat er een dorpsmetaliteit is.



Después de haber visitado iglesias y catedrales durante las primeras horas de la tarde, para variar no estaba mal ir de tiendas. Aunque normalmente creo que ir de tiendas es una actividad relajante, descubrí y volví a descubrir todas las calles comerciales a un ritmo infernal junta con una amiga y apenas estuvimos de vuelta a tiempo en el hotel para prepararnos para la próxima actividad: ¡flamenco! No bailamos nosotras mismas, sino fuimos a espectáculo de flamenco con una bailarina profesional y sobre todo pasional, un cantante (no estaba muy impresionada por él) y un guitarrista. Sevilla es afamada por el flamenco y sería la ciudad donde se originó el flamenco tradicional. Aunque esta excursión era opcional, yo no me querría perder la actuación.

Al entrar ya me quedé gratamente sorprendida de cómo transcurriría el espectáculo, porque me había imaginado que nos sentaríamos en el fondo de una sala oscura y llena de humo y que en realidad no veríamos mucho de lo que ocurrió en el podio. Pero entramos al patio de un hotel donde las paredes estaban cubiertas de plantas trepadoras llena de flores e iluminación agradable. En el patio había espacio para más o menos 50 personas y el podio era centrado así que de hecho se pudo ver bien todo, fuera cual fuera tu asiento.

El espectáculo de flamenco se considera como algo muy serio y así que al principio no había ni un ruido. Antes de que comenzara el show alguien nos dijo que era prohibido de tomar fotos o grabar y en el caso en el que no lo respetaran, nos sacaría del patio. Al final nos darían un momentito para tomar fotos.

Cuando por fin el espectáculo empezó no estuve tan impresionada como antes. El guitarrista comenzó a tocar tranquilamente y todos los ojos estaban dirigidos al hombre al lado que cantaría. Cuando empezó a cantar directamente tuve que pensar en mis vecinos, los gitanos que por la mañana a veces cantan/gritan, tocando la guitarra, así que estaba un poco decepcionada. Además estaba expresándose con cada frase que cantaba, que yo casi lo consideraba como un derroche de dinero. Menos mal que la actuación no pasaría de tal manera todo el tiempo después de un rato el guitarrista y el cantante bajarían del podio para que la bailarina fuera el foco de la atención. La bailarina era una mujer de mediana edad que tenia la mirada muy concentrada, pero a la vez bailaba con tanto pasión y emoción que no me tardé mucho tiempo para olvidar los gritos del cantante. Después también el guitarrista demostró sus artes lo que me impresionó tanto que compré un disco de música de flamenco (sin canto por supuesto). después del show, que duró mas o menos una hora, me sentí feliz de haber conocido el flamenco y con eso haber vivido un trocito de la cultura española en la vida verdadera.

Después de la exposición debíamos descubrir el barrio donde se encuentran los restaurantes y bares de Sevilla. Habíamos andado media hora y pico cuando llegamos a un restaurante típico de tapas donde algunos de nuestro grupo habían comido la noche pasada y les había gustado mucho. Valió la pena de haber andado tan lejos del barrio con los restaurantes porque ¡comimos unas tapas deliciosas y baratas! Después buscamos un lugar acogedor para bailar y no regresamos hasta temprano por la mañana…

Domingo por la mañana se desarrolló con gran dificultad ya que la mayoría de nosotros había dormido pocas horas, porque a las 11 y media teníamos que salir de las habitaciones y visitaríamos la Plaza de España. Yo tampoco había dormido demasiado así que en realidad no estaba tan interesada para ver más lugares antes de haber dormido más pero no hubo alternativa y a las 12 estuve en la Plaza con ojos pequeños, una de las plazas más reconocibles de Sevilla. El sol brillaba con mucha intensidad y al final intentamos de disfrutar un poco.

La Plaza de España está en forma de medio círculo y está rodeado por edificios que actualmente son utilizados por el gobierno. En la parte de abajo había obras de arte detalladas que representaron todas las comunidades de España. Después de la visita a esa plaza tuvimos el tiempo para comer y a continuación regresaríamos a alicante. Esta vez ya estaba esperando un poco por el largo viaje en autobús, aunque después de todo no era tan confortable que yo había pensado.

Sevilla es una ciudad maravillosa y de hecho, más bonita que alicante. Sevilla es más grande y en el centro hay muchos lugares de interés que no hay en Alicante. Por otro lado en Alicante todo está a poca distancia sin que sea demasiado animada o haya mentalidad de pueblo.

martes, 9 de diciembre de 2008

Uitstap naar Sevilla – Viaje a Sevilla (deel 2 – parte 2)

Zaterdagochtend in Sevilla begon al vroeg met het ontbijt om half 10 (wat misschien niet zo vroeg lijkt, maar meestal eindigt de dag pas rond 2-3u en voor de zogenaamde siesta is er vaak geen tijd). Daarna gingen we de stad verkennen met een lokale gids die ons wat meer vertelde over de belangrijkste monumenten.

Eén van die monumenten was de “Catedral”, een kathedraal dus. Ik moet eerlijk zijn dat ik plots een flashback kreeg naar de bos- en zeeklassen toen we samen de kathedraal binnenstapten, waarbij de gids de juffrouw was van ons klasje. Saaie gebouwen bezoeken met een erg ‘interessante’ geschiedenis die ik waarschijnlijk volgende week toch alweer ben vergeten. Maar ik was ook niet naar Sevilla gekomen om alles oud en vervelend te vinden en gelukkig kregen we de tijd vrij om alles te bekijken, dus heb ik geprobeerd alles op mijn manier interessant te vinden. Zo kwam ik voorbeeld te weten dat in deze kathedraal de resten van Christoffel Colombus zouden liggen, wat toch eens leuk is om te weten als je op school altijd maar opnieuw moet leren wie hij is. Daarnaast is deze kathedraal de grootse gothische kerk ter wereld, dus je kon er maar blijven in rondwandelen en om elke hoek iets iets nieuws ontdekken om te’ bewonderen’.

Wat dan wel plezant was aan de Kathedraal was de Giralda beklimmen. De Giralda is de bijna 100meter hoge klokkentoren van de kathedraal en heeft geen trappen , maar hellende gangen zodat men vroeger te paard naar boven kon. Wat men dan eigenlijk met hun paarden op die hoogte ging gaan doen, is me nog steeds een raadsel. De beklimming zelf is niet zo saai als je zou denken omdat er constant gigantische openingen in de gangen zijn. Vanuit die ramen komen er sterke windvlagen om je wakker te schudden moest je eventueel al verveeld raken en bovendien heb je een prachtig uitzicht over de hele stad (aangezien de helling rond het gebouw loopt, heb je een uitzicht van alle 4 de kanten) . Eens je volledig boven bent, wordt je zeker beloond voor de sportieve inspanning (hum hum) want dan pas zie je dat je via de openingen in de muur eigenlijk telkens maar een tipje van de sluier zag. Zeker de moeite waard!

Na de kathedraal hebben “el Barrio de Santa Cruz” bezocht, een vroeger joodse wijk met allemaal smalle kleine straatjes, een doolhof eigenlijk. Hier vind je de meeste bars en restaurants (niet onbelangrijk als je die avond wilt uitgaan!) Dit was voor mij persoonlijk wel leuk om te zien, omdat we in de lessen van ‘Middeleeuwse geschiedenis van Spanje’ het vaak hebben over de invloed van de moren in Spanje en de juderías (joodse wijken). In deze barrio en in Sevilla in het algemeen eigenlijk, zie je heel veel invloeden van de Moren, wat een heel anders straatbeeld oplevert. De afbeelding hiernaast is een foto van een typsiche Sevillanse binnenplaats, met een fontein in het midden om je te verfrissen tijdens de hete zomer, de kenmerkende appelsienboom (daar vertel ik later nog iets over) en de richels bezet met mozaieksteen, die niet alleen decoratief zijn, maar ook koel blijven.

Na al die monumenten te bezichtigen, begon ik toch uit te kijken naar de vrije zaterdagnamiddag om de winkelstraten onveilig te maken, maar eerst moesten we nog de “
Real Alcázar de Sevilla” bezoeken. Eigenlijk zag ik er tegenop want ik had mijn culturele limiet van die dag wel bereikt, maar achteraf was ik blij dat we dit toch ook nog hadden bezocht.

Bij het binnenkomen werd ik aangenaam verrast door de zon die op mijn gezicht scheen, wat natuurlijk niets te maken heeft met de “ Real Alcázar”, maar ’t is toch een belangrijk detail! De voorgevel van het gebouw verbergt goed wat er binnen te zien is en dat vond ik eigenlijk wel merkwaardig. Ik kan nu wel vertellen wat er binnen te zien was, en dat zal ik ook doen natuurlijk, maar ik wil eerst zeggen dat ik denk dat je deze plaats zelf moet bezoeken en zelf moet zien om volledig te begrijpen wat ik bedoel. Dus probeer zoveel mogelijk je verbeelding te gebruiken bij mijn beschrijving als je Real Alcázar nog niet hebt bezocht.

Het Real Alcázar is een koninklijk paleis met een wirwar verschillende gangetjes, diverse kamers en een verzameling van gigantische exotische tuinen en wordt vaak vergeleken met het Alhambra in Granada. Zowel de Moren als de Christenen heersten in deze streek en dat zie je in de verschillende bouwstijlen. De Christenen hebben de kunst en de bouwstijl van de Moren echter niet vernietigd, zoals dat vaak gebeurde op andere plaatsen in Spanje. De ruimtes zijn rijkelijk versierd met mozaiek in verschillende kleuren, kenmerkend voor de Moren. Hoewel deze kamers prachtig zijn, hebben vooral de tuinen in het Alcazar een indruk achtergelaten (misschien opnieuw door het mooie weer).

De tuinen zijn verrassend groot met eindeloze weggetjes en verborgen plekjes. Voor de natuurliefhebbers zijn er ook talloze verschillende bomen, struiken en prachtige bloemen. Hoewel hier heel wat mensen rondliepen kan je in deze tuinen gemakkelijk heerlijk verloren lopen. Ik laat de foto’s voor zich spreken...

En nu de anekdote over de appelsienboom! De appelsienboom zie je overal in Sevilla langs de straten , maar laat je niet vangen want er zijn blijkbaar twee soorten: de bittere en de zoete appelsien. Je kan gemakkelijk het onderscheid maken aan de hand van het aantal de bladeren van de boom. De bittere appelsienboom zie je het meeste in Sevilla en kan je herkennen aan het dubbele blad , terwijl de zoete appelsienboom maar één blad heeft. Alleen de zoete appelsien zijn echt lekker, want hoewel de bittere appelsien niet giftig is, wordt die niet gegeten. Dus je kan best niet zomaar een appelsien plukken en die beginnen opeten zonder eerst naar de bladeren van de boom te kijken. De bittere appelsienboom is dan toch compleet nutteloos zou je misschien denken, maar die appelsienen worden gebruikt in o.a. medicijnen en de Franse likeur
Cointreau.

Het vervolg in het volgende artikel!


La mañana de sábado ya empezó temprano con el desayuno a las nueve y media (lo que tal vez no parezca tan temprano, pero el día suele terminarse entre las dos o tres y para la siesta muchas veces no hay tiempo). Después fuimos descubrir la ciudad con una guía que no contó un poco más de los monumentos más importantes.

Uno de los monumentos era la “Catedral”. Tengo que confesar que de repente tuve un retroceso a los viajes escolares cuando entramos la catedral, donde la guía era la maestra de nuestra clase. Visitar edificios aburridos con una historia muy ‘interesante’, que probablemente ya lo había olvidado la semana que viene. Pero no había venido a Sevilla para encontrar todo viejo o aburrido y menos mal nos habían dado tiempo libre para ver a todo, por lo tanto intenté encontrar todo interesante de mi misma manera. Así aprendí que los restos de Cristóbal Colon presumiblemente se encuentran allí en esa catedral, lo que me ha gustado saber ya que siempre tenemos que aprender quien es ese hombre. Además la catedral es lo más grande catedral gótica del mundo, así que se puede seguir andando y encontrar cada vez otra cosa a ‘admirar’.

Lo que si me ha gustado mucho era subir la “Giralda”. La Giralda es el campanario de la catedral de casi cien metros de altura donde no hay escaleras, sino pasillos subidos para que antes la gente pudiera subir en caballo. Lo que se hacía con sus caballos arriba de la catedral, todavía sigue siendo un misterio. El subido en su mismo no es tan aburrido como parece porque hay agujeros gigantescos en los pasillos. Desde de estas ventanas hay ráfagas fuertes que te despiertan en caso de que ya te aburrías y además hay una vista maravillosa de la ciudad completa (ya que el subido gira por el edificio, hay una vista de todos los cuatro lados). Una vez arriba, estás recompensado por la esfuerza deportiva (hum hum) porque sólo ahora se vio que los agujeros de las paredes sólo descorrían el velo. Vale la pena!

Después el “Catedral” visitamos “el Barrio de Santa Cruz”, un barrio antiguamente judío con pequeñas calles estrechas, de hecho un labirinto. Aquí se encuentra la mayoría de los bares y restaurantes (¡lo que es importante si quieres salir esa noche!). Esto era muy divertido a ver para mí, porque en las clases de ‘Historia Medieval de España’ solemos hablar de las influencias de los moros en España y las juderías (barrios judíos).En este barrio, y de hecho en Sevilla en general, se ve muchas influencias de los moros, lo que resulta en una escena callejera muy distinta. La imagen más arriba es una foto de un patio típico sevillano, con una fuente en el centro para refrescarse durante el verano, el naranjo característico (de lo que hablaré más tarde) y listones ornados con mosaico, que no sólo son decorativos sino también quedan refrescos.

Después de ver todos esos monumentos, empecé a esperar con impaciencia a la tarde para ir de tiendas, pero primero teníamos que visitar el “
Real Alcázar”. En realidad había llegado mi limite cultural de ese día, pero de después de todo me alegré que también hubimos visitado este monumento.

Al entrar fue sorprendida por el sol brillando en la cara, lo que de hecho no tiene nada que ver con el “Real Alcázar”, sin embargo, ¡es una detalle importante! La fachada del edificio esconde bien lo que hay dentro y eso lo encontré especial. Ahora puedo contar lo que había dentro, lo que voy hacer, pero primero quiero decir que opino que hay que visitar ese lugar tu mismo y verlo con tus propios ojos para comprender completamente lo que realmente quiero decir. Entonces, utiliza la imaginación si todavía no has visto el “Real Alcázar”.

El “Real Alcázar” es un palacio real con un labirinto de vías, habitaciones distintas y una colección de jardines exóticos y suele compararse con el Alhambra en Granada. Tanto los moros como los cristianos gobernaron en esta región y se nota en los diferentes estilos de construcción. Los cristianos, sin embargo, no destruyeron el arte y el estilo de construcción, lo que no suele ocurrir en otros lugares en España en aquella época. Los espacios son decorados con mosaico en distintos colores, un rasgo típico de los moros. Aunque las habitaciones fueron maravillosas, sobre todo los jardines en el Alcázar han dejado una impresión (tal vez de nuevo por el buen tiempo).

Los jardines son sorprendentemente grandes con paseos infinitivos y lugares escondidos. Para los que les gusta la naturaleza, hay numerosos árboles, plantas y flores bonitas. Aunque había mucha gente, no es difícil perderte y sentirte solo en estos jardines. Véase las fotos.

Y ahora del naranjo. En cualquier lugar en Sevilla hay naranjos, pero ten cuidado, porque hay dos tipos: el amarillo y el dulce. Es muy fácil distinguir uno del otro mirando las hojas del árbol. El naranjo amarillo, que en Sevilla se ve más que el dulce, se puede reconocer a la hoja dobla, mientras que el naranjo dulce tiene sólo una hoja. La verdad es que sólo las naranjas dulces saben bien, porque aunque no son venenosas las amarillas, no se lo come. El naranjo amarillo puede parecer completamente inútil, pero en realidad esas naranjas se utilizan para entre otro fabricar medicinas y el livor francés
Cointreau.

¡La secuencia en el próximo blog!

martes, 2 de diciembre de 2008

Uitstap naar Sevilla – Viaje a Sevilla (deel 1 – parte 1)

Dit weekend ben ik voor de eerste keer naar een andere Spaanse stad geweest sinds mijn verblijf hier in Alicante, De universiteit organiseert een aantal uitstappen naar de grootste en belangrijkste steden in Spanje en dit was een ideale gelegenheid om wat meer van het land te zien zonder veel te moeten regelen. De veplaatsing met bus, het hotel, de gids en enkele bezoeken waren inbegrepen in de prijs. De stad die ik heb bezocht is Sevilla. Normaalgezien zou ik samen met twee Finse meisjes vertrekken, maar zij wilden uiteindelijk liever niet gaan terwijl ik al had betaald voor de uitstap. Ik stond er dus plots alleen voor...

Ik ben meestal niet de meest sociale persoon als het aankomt op nieuwe mensen kennen, maar veel keuze had ik deze keer niet als ik het weekend niet alleen wou doorbrengen! Vrijdagochtend om 7u (veel te vroeg!!) vertrok ik dan maar naar de plaats waar de bus zou wachten, hopend dat er misschien toch iemand zou zijn die ik al kende. Toen ik opstapte was ik verrast hoe klein de bus en de groep was (ongeveer 25 mensen) en zag ik geen bekende gezichten.

De busrit naar Sevilla zou duren tot half 4 dus ik had tijd zat om kennis te maken met de andere mensen, maar de meeste bleken elkaar al te kennen en ik was eigenlijk nog erg moe. De eerste uren heb ik al slapend doorgebracht en daarna heb ik vooral naar buiten gekeken, muziek beluisterd en naar de films gekeken. Bij de eerste halte leerde ik iemand kennen die ook niemand anders bleek te kennen en bij de verdeling van de kamers besloten we om samen te slapen.

Na de aankomst in Sevilla hadden we de keuze om een boottocht te maken op de smalle rivier Guadalquivir, die door de stad loopt en zo een rondleiding geeft langs een aantal belangrijke gebouwen en bruggen. Al snel werd duidelijk dat Sevilla veel groter was dan Alicante en historisch veel meer te bieden had. Bovendien was er in ’92 de wereldtentoonstelling en dat er is wel nog steeds te merken.Slechts 7 mensen van de groep wilden de boottocht maken en bovendien waren er ook helemaaal geen wachtende toeristen. We zijn dan maar vertrokken met de boot die gemakkelijk 200 man kan vervoeren, met 7 passagiers (en de 2 begeleiders)...

De tocht was ongelooflijk koud aangezien we allemaal liever op de open tweede verdieping wilden zitten om alles goed te zien, maar het was uiteindelijk zeker de moeite waard. Terwijl we de rivier afvaarden, begon het te schemeren en op de bruggen en gebouwen begonnen langzaam de spots aan te springen, waardoor een gezellige sfeer ontstond (ondanks de koude!!).

Na de boottrip zijn we met bijna de volledige groep gaan eten in een Mexicaans restaurant. Daar moesten we heel lang wachten op ons eten en uiteindelijk bleken de porties heel klein. Bovendien kreeg iemand zijn gerecht nog eens bevroren geserveerd, waarvoor het restaurant zich verontschuldigde en zei dat het niet hoefde betaald te worden, maar toch op de rekening stond. Als we buiten kwamen was het goed aan het regenen en iedereen bleek iets anders te willen doen. Na wat geslenter door de stad zat dag 1 er eigenlijk op...


Este fin de semanas he visitado por primera vez otra ciudad española desde que estoy aquí en Alicante. La universidad organiza un número de viajes a las ciudades más grandes e importantes de España y fue la oportunidad ideal para ver un poco más del país sin que tuviera que arreglar mucho. El autobús, el hotel, el guía y algunas visitas fueron incluidos en el precio. Visité la ciudad de Sevilla. Normalmente iría con dos chicas finlandesas, pero por fin ellas prefirieron no ir mientras que yo ya había pagado por el viaje. De repente, estuve sola…

No suelo ser la persona más sociable en cuanto a conocer nueva gente, pero no tenía elección esta vez si no querría quedarme sola todo el fin de semanas. Viernes por la mañana a las siete (demasiado pronto!!) me fui al lugar donde nos esperaría el autobús, esperando que tal vez hubiera alguien que ya conocía. Cuando subí, me quedé sorprendido sobre el tamaño pequeño del autobús y del grupo (más o menos 25 personas) y no vi ninguna cara familiar.

El viaje en autobús tardaría hasta las tres y media, así que tenía mucho tiempo para conocer a la otra gente, pero la mayoría parecía ya conocer uno al otro y de hecho, yo estaba muy cansada. Las primeras horas las pasé durmiendo y después sobre todo miré fuera, escuché música y vi las películas. En la primera parada encontré a alguien que tampoco conocía a los demás y dividiendo los cuartos del hotel, decidimos compartir el mismo cuarto.

Después de llegar en Sevilla, pudimos ir en barco por el rio estrecho Guadalquivir, que cruza la ciudad, guiándonos por un número de edificios y puentes importantes. No tardó mucho para ver que Sevilla era una ciudad mas grande que Alicante y que ofrece mucho más en cuanto a historia. Además tuvo lugar la Exposición en '92 y todavía se nota. No más que siete personas del grupo quisieron hacerlo y además no había turistas esperando. Así que fuimos con el barco que seguramente es capaz de transportar 200 personas, con solo las siete personas (y los dos guías)…

Durante la excursión hacia muchísimo frio ya que todos prefirieron sentarnos en la planta segunda que es abierta, para que viéramos bien todo, pero valió la pena. Descendiendo el rio, empezó a anochecer y en los puentes y los edificios poco a poco encendieron luces, creando un ambiento muy agradable (a pesar del frio!!)

Después del viaje en barco, fuimos a comer con casi todo el grupo en un restaurante mexicano. Allí teníamos que esperar mucho tiempo hasta que no dieron la cena y las raciones fueron pequeñísimas. Además alguien recibió su cena parcialmente congelado, por lo que se disculpó restaurante, prometiendo que no tenía que ser pagado, pero con todo el restaurante lo imputó. ´cuando salimos del restaurante, estaba lloviendo mucho y todo el mundo querría hacer otra cosa. Después de callejeando por la ciudad, de hecho se terminó el primer día...

domingo, 23 de noviembre de 2008

Kunst en cultuur in Alicante - Arte y cultura en Alicante

Aangezien ik hier toch voor een bepaalde periode verblijf, voel ik me een beetje verplicht om ook over de culturele aspecten van de stad te spreken. Het kasteel “Castillo de Santa Barbara” is het eerste waaraan ik moet denken bij kunst en cultuur en dat komt waarschijnlijk omdat het kasteel heel erg opvalt in de sky line van Alicante. Bovendien is het ’s avonds prachtig verlicht.

Het kasteel is een geheel van verschillende gebouwen en verdedigingsmuren, gevestigd op een 166 meter hoge heuvel en is gebouwd op de resten van een vestiging gebouwd door de Moren eind 9de eeuw. Het gebouw werd verder uitgebreid ten tijde van de regeerperiode van Filips II en de uitbreidings- en verbouwingswerken bleven duren tot de 18de eeuw. Het is een van de grootste kastelen in het Middellandse Zeegebied en is daarom zeker de grootste blikvanger. Je kan het kasteel gemakkelijk bezoeken en de binnenkant bezichtigen. Er is zelfs een lift die je tot boven brengt.

Een tweede bezienswaardigheid hier in Alicante is de pittoreske wijk Santa Cruz. Het is een wijk met veel smalle straatjes en trapjes waar de meeste huizen wit zijn en rijkelijk versierd zijn met bloemen en sierlijke tegeltjes. Veel geschiedenis over deze wijk ken ik niet, maar het is simpelweg prachtig en dus het vermelden waard.

De Kathedraal van Sint Nicolaas is een monument dat ik zeker ook al vele keren heb gezien, omdat deze kathedraal zich vlakbij 'el barrio' bevindt. Diegenen die mijn blog goed opvolgen weten dat ‘el barrio’ dé uitgaansbuurt in Alicante is. Bovendien is er vlakbij de kathedraal ook een pittakot, dus je kan het je al inbeelden... Het gebouw is enkele jaren terug gerestaureerd en dat kan je goed zien, want het ziet er heel proper en vrij recent uit, hoewel het in 1875 werd gebouwd. Ik moet wel eerlijk zijn dat ik de kathedraal nog nooit aan de binnenkant heb gezien, maar iedereen beleeft cultuur op een andere manier.

Nog een belangrijke kerk is de Onze Lieve Vrouwekerk. Deze kerk werd gebouwd op de funderingen van een Moorse moskee. In Spanje zie je heel veel kerken die gebouwd zijn bovenop een moskee of moskeeën die sterke christelijke invloeden hebben en daar is een specifieke reden voor. De islamitsche moren hadden het Iberische eiland (Spanje + Portugal) op slechts enkele jaren veroverd en hun cultuur werd al snel ingeburgerd (Conquista). De christenen in Spanje wilden echter het land terug veroveren en dat gebeurde ook met de Reconquista. Na de christelijke Reconquista in Spanje, wat herovering betekent, probeerden de christenen zo veel mogelijk de sporen van de moren te wissen en opnieuw hun cultuur en religie te vestigen, door o.a. gewoon de kerken bovenop de moskeeën te bouwen.

Dit zijn zo wat de belangrijkste culturele bezienswaardigheden in Alicante, maar er zijn er zeker nog meer. Ik wou enkel deze opnoemen die in mijn dagelijkse leven vaak opduiken of bijna niet te missen zijn als je hier woont.



Ya que me quedo aquí para algunos meses, me siento un poco obligada de también hablar sobre los aspectos culturales de la ciudad. La Castilla de Santa Bárbara es lo primero que me viene a la mente cuando pienso en arte y cultura y es probablemente porque la castilla es lo que más llama la atención en la vista de la ciudad. Además es iluminado de una manera espléndida por la noche.

La castilla es un conjunto de edificios y muros defensivos distintos, establecida en una colina de 166 metros y está construida sobre los restos de un establecimiento moro del fin del siglo IX. La castilla fue extendida durante el dominio de Felipe II y las obras siguieron tardar hasta el siglo XVII. Es una de las castillas más grandes del área mediterránea y es por eso ciertamente el espejuelo más grande. Se puede visitar la castilla muy fácil y ver el lado interior. Incluso hay un ascensor que te lleva hasta arriba.

Un segundo lugar de interés aquí en Alicante es el barrio pintoresco de Santa Cruz. Es un barrio con muchas calles estrechas y escaleras donde la mayoría de las casa son pintadas blancas y son decoradas de una manera abundante con flores y azulejos elegantes. No conozco mucha historia sobre este barrio, pero es que sencillamente es muy maravilloso y por eso vale la pena mencionarlo.

La catedral de San Nicolás de Bari es un monumento que ya he visto muchas veces, como la catedral se encuentra muy cerca de ’el barrio’. Los que han seguido bien mi blog ya saben que ‘el barrio’ es un barrio en Alicante donde se encuentran los restaurantes, cines, bares, etc. Además se vende panes de kebab muy cerca, así que ya lo puedes imaginarte… El edificio fue restaurado hace unos años y se nota muy bien, porque parece muy limpio y bastante reciente, aunque fue construido en 1875. Tengo que confesar que nunca he visto el edificio por el lado interior, pero supongo que cada uno experimenta la cultura de una manera distinta.

Otra iglesia importante es la de Santa María. Esta iglesia fue construida en los cimientos de una mezquita mora. En España hay muchas iglesias que fueron edificadas encima de una mezquita o mezquitas que son afectadas mucho por el cristianismo y hay una razón específica. Los moros islamitas habían conquistado la península ibérica en solo unos años y no tardó mucho tiempo para que su cultura se integrara. Los cristianos, sin embargo, quisieron reconquistar el país y lo hicieron. Después de la Reconquista los cristianos intentaron borrar las huellas de los moros lo más que posible y volver a establecer su cultura y religión, por ejemplo construyendo encima de las mezquitas.

Éstas son más o menos las atracciones más importantes de Alicante, pero seguro que hay más. Yo sólo querría enumerar las que aparecen mucho en mi vida cotidiana o las que se nota si vives aquí.

De ene klimatologische verbazing na de andere - Una sopresa climatológica trae la otra

Ik weet dat ik al eens heb geschreven over het mooie weer in Alicante, maar ondertussen is het al eind november en de zon blijft maar schijnen! Enkele weken geleden was het wel wat ‘slecht weer’, wat dus betekent dat het afkoelt tot 15°, dat het bewolkt kan zijn en dat het soms regent. Maar de hele maand november is het al letterlijk en figuurlijk schitterend weer geweest. Elke dag word ik wakker met de zon hoog aan de blauwe hemel en meestal blijft dat ook de hele dag zo duren... Het is natuurlijk geen zomer meer, maar dit weekend ben ik toch nog eens naar het strand geweest. Ik moet toegeven, om te zwemmen was het wel te koud (21°) maar om gezellig op het strand te liggen in een T-shirt was het de perfecte temperatuur! Hoewel het strand niet bomvol toeristen lag, is de foto links het bewijs dat ik zeker niet alleen was om van de (misschien laatste) zonnestralen te genieten.

Als ik dan hoor wat voor een weer het in België is, moet dat land wel aan de andere kant van de wereld liggen! België is immers nu niet bepaald hét land van de koude, maar als ik de actualiteit volg, krijg ik al snel een ander idee: verschillende sportevenementen zijn afgelast door de weersomstandigheden, op de radio spreekt men over zware verkeersproblemen door de sneeuw- en windoverlast en er wordt zelfs aangeraden niet op de weg te komen als dat niet nodig is. Zelfs het luchtverkeer in Charleroi is erg verstoord, want het sneeuwt!! (De foto onderaan is van de tuin bij mij thuis in België) Een kleine vergelijking volgens de weersvoorspellingen van Google:
Alicante: 21°
Actueel: Onbewolkt
Wind: ZO - 7 km/h
Luchtvochtigheid: 26%
Gent: 0°

Actueel: Overwegend bewolkt
Wind: N - 13 km/h
Luchtvochtigheid: 96%

Hoewel ik nu blij ben dat ik nog steeds in het warme(re) Spanje zit, kijk ik er al naar uit om terug te keren naar België in de kerstvakantie en sneeuwgevechten te houden!


Ya lo sé que antes ya he escrito sobre el tiempo bonito en Alicante, pero entre tanto ya somos al final de noviembre y ¡el sol sigue brillando! Hace unas semanas si hizo ‘mal tiempo’, lo que en realidad significa que refresca hasta 15°, que existe la posibilidad de nubes y que a veces llueve. Sin embargo, todo el mes de noviembre ha sido, tanto literal como figurado, brillante. Cada día me despierto y el sol está alto en un cielo azul y la mayoría de las veces, sigue así por el resto del día… Claro que ya no es verano, no obstante, este fin de semanas he ido a la playa. Confieso que para bañarme hacía demasiado frio, ¡pero para quedarse en la playa en camiseta era la temperatura perfecta! Aunque no había turistas hasta los topes en la playa, la foto en el principio del artículo es la prueba de que absolutamente no estuve sola para disfrutar de los (tal vez últimos) rayos de sol.


Cuando oigo qué tipo de tiempo hace en Bélgica, ¡debe de ser un país en el otro lado del mundo! Bélgica, de hecho, no es el país más frio, pero siguiendo la actualidad, voy pensando otra cosa: distintos eventos de deporte fueron cancelados a causa de los circunstancias del tiempo, en la radio se habla de severos problemas de tráfico y se aconseja no salir de su casa si no es necesario. Incluso el tráfico de aviones en Charleroi no transcurre suavemente, porque esta nevando!! (La foto a la izquierda es del jardín de mi casa en Bélgica.) Una pequeña comparación según los datos de Google:

Alicante: 21° - Actual: Despejado - Humedad del aire: 26%
Gante: 0° - Actual: Principalmente nublado con nieve - Humedad del aire: 96%

Aunque de momento me siento alegre que todavía estoy en el España (mas) caluroso, ¡ya tengo ganas para volver a Bélgica durante los vacaciones de navidad y tirar bolas de nieve!